Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

14. Uit de beschikking van de voorzieningenrechter van 19 april 2012 volgt bovendien dat de bij exploot van 1 mei 2012 ingeleide procedure ten doel had te doen vaststellen wie van FGH óf Fraanje zich als eerste op de opbrengst van een eventuele executoriale verkoop van het appartementsrecht A-13 zou kunnen beroepen. Van enige andere belanghebbende dan die partijen – anders dan Mewivast als de eigenaar van het betrokken appartementsrecht – is niet gebleken. Dat het exploot ook aan Mewivast is betekend was, naar FGH ter zitting heeft verklaard, niet zozeer ingegeven door de vereisten van artikel 3:27 BW (dat dagvaarding van de rechthebbende voorschrijft), als wel door de omstandigheid dat het exploot tevens had te gelden en ook in de kop ervan was aangemerkt als sommatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 17927 tot 18725.