Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:555.
De gedaagde (de bezitter respectievelijk bedrijfsmatig gebruiker van de opstal) kan zich verweren door (één of meer van) de drie hiervoor aangeduide cumulatieve voorwaarden voor toepassing van art. 6:174 BW te betwisten. Het vereiste van een gebrek levert zo dus tevens een potentieel verweer op. Aan dat vereiste is namelijk niet altijd voldaan wanneer een zaak voor een gevaarlijke situatie zorgt. De gedaagde kan verder als bevrijdend verweer voeren dat aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW zou hebben ontbroken indien hij het gevaar bij het ontstaan hiervan zou hebben gekend (de tenzij-formule) (hiervoor onder 4.7 en 4.8). De wetgever heeft daarmee beoogd te voorkomen dat de aansprakelijkheid van de bezitter van de opstal verder zou strekken dan hetgeen waarvoor hij op grond van art. 6:162 BW zou kunnen worden aangesproken in het geval hij bekend was met het gebrek. Ten slotte kan de gedaagde zich beroepen op andere weren die zijn benoemd in de afdeling over de wettelijke verplichting tot schadevergoeding zoals een beroep op eigen schuld (art. 6:101 BW) of op rechterlijke matiging (art. 6:109 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c, en de alinea staat in dat document op bytes 64659 tot 65923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c | shasum -a 256