Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 6.12 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:555.

Ik acht de onderdelen in zoverre gegrond. Wat mij betreft is denkbaar dat de wegbeheerder bij de inrichting van de weg onder omstandigheden rekening dient te houden met de aanwezigheid van voorwerpen die toegestaan en gewenst zijn (hiervoor 5.11). Vast staat dat de stroomkabels waren aangesloten op elektriciteitskasten van de Gemeente. Van (wezens)vreemde of ongewenste voorwerpen is aldus geen sprake. Art. 6:174 BW kan dan toepassing vinden als de aanwezigheid van de stroomkabels zou meebrengen dat (de inrichting van) de weg (zonder maatregel of waarschuwing) niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het hof mocht onder die omstandigheden niet in het midden laten of de weg (al dan niet) voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c, en de alinea staat in dat document op bytes 84366 tot 85139.