Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:555.

Blijkens de wetsgeschiedenis ligt aan de invoering art. 6:174 BW in ieder geval het volgende ten grondslag. Gebouwen plegen een lange levensduur te hebben. Wanneer wellicht tientallen jaren na het bouwen van het werk door de gebrekkige toestand daarvan een ongeval plaatsvindt, zou het voor de benadeelde vaak moeilijk, zo niet ondoenlijk, zijn om uit te zoeken of dat gebrek is veroorzaakt door een fout bij de bouw of door een onderhoudsverzuim en aan wie dat verzuim kan worden toegerekend. De regeling van art. 6:174 BW biedt de gelaedeerde om die reden één ‘aanspreekpunt’. In beginsel kan de bezitter van de opstal worden aangesproken. Hij is daarmee dus aansprakelijk ongeacht de oorzaak van het gebrek. Wordt de opstal bedrijfsmatig gebruikt, dan is de bedrijfsmatig gebruiker aansprakelijk voor het ontstaan van schade die met dat gebruik in verband staat (art. 6:181 BW). Voor de benadeelde komt daarmee, of het nu om de bezitter danwel om de bedrijfsmatig gebruiker gaat, mogelijk een andere (extra) aansprakelijke persoon in beeld dan de directe gevaarzetter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8319853db4073b15f8ce00e9ad956ff96f86505ebc7325cdf83b350ff1bd96c, en de alinea staat in dat document op bytes 59614 tot 60896.