Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Dit oordeel van het Hof acht ik onvoldoende gemotiveerd in het licht van hetgeen [verzoeker] naar voren heeft gebracht. [verzoeker] heeft immers wel degelijk redenen opgegeven waarom voor hem kwijtschelding van de (achtergestelde) vorderingen als een zakelijke beslissing is aan te merken. Het gaat hierbij om de in het verzoekschrift tot cassatie onder 2.7 aangegeven redenen, al dan niet in samenhang bezien. Met name de stellingen van [verzoeker] over de penibele financiële situatie van DAE en de negatieve toekomstverwachting voor DAE, naar aanleiding van de uitlatingen van de nieuwe landsregering, kunnen verklaren waarom [verzoeker] zijn belang in BBPM/DAE zou willen afstoten. Het Hof is op deze stellingen niet kenbaar ingegaan en heeft zelfs geoordeeld dat [verzoeker] op dit punt ‘niets’ heeft gesteld (rov. 2.1, ad (a) van het eindvonnis). Dat oordeel is onbegrijpelijk of in ieder geval onvoldoende gemotiveerd, mede in het licht van het gegeven dat het Hof alle omstandigheden dient mee te wegen bij zijn uitleg van art. 4 Achterstellingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 54345 tot 55429.