Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Het onderdeel klaagt in de eerste plaats (nrs. 2.18 en 2.22) dat deze overwegingen niet relevant zijn voor de vraag of art. 4 Achterstellingsovereenkomst is geschonden. Immers, ook al zou [verzoeker] door Renovema en High Seas aangesproken kunnen worden voor de voldoening van hun vorderingen op DAE respectievelijk BBPM, dan nog zou het door [verzoeker] afdekken van dit (vermeende) risico via art. 7.1 en 7.2 SPA geen strijd opleveren met art. 4 Achterstellingsovereenkomst, omdat de daar bedoelde achtergestelde vorderingen van [verzoeker] op DAE slechts de tien gespecificeerde leningen van hem en BBPM aan DAE betreffen, en dus niet de vorderingen van Renovema en High Seas op DAE respectievelijk BBPM. Ik merk bij deze klacht vooraf op dat ik die in het hierna volgende uitsluitend opvat als een motiveringsklacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 61238 tot 62136.