Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Het Hof heeft over dit beding overwogen dat op grond van de in rov. 2.8 van het tussenvonnis genoemde omstandigheden het voorshands aannemelijk is dat de betalingen in art. 7.1 en 7.2 SPA (indirect, mede) strekken tot voldoening van de vorderingen van [verzoeker] op DAE, zodat deze betalingen vallen onder de reikwijdte van art. 4 Achterstellingsovereenkomst. In rov. 2.2 van het eindvonnis heeft het Hof dit voorshandse oordeel tot een eindbeslissing gemaakt. In rov. 2.4 van het eindvonnis heeft het Hof daarbij nog overwogen dat [verzoeker] heeft aangevoerd dat de tien in art. 1 Kredietovereenkomst gespecificeerde geldleningen niet de vorderingen van Renovema (en High Seas) omvatten. Dit betoog baat hem niet. Die omstandigheid doet er immers niet aan af dat het bedingen van de art. 7.1 en 7.2 SPA kan worden aangemerkt als het “accepteren” van “betalingen” op de in art. 1 Kredietovereenkomst genoemde geldleningen in de zin van art. 4 Achterstellingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 62720 tot 63778.