Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Voorts wordt erover geklaagd dat het oordeel van het Hof onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is in het licht van hetgeen het Hof heeft overwogen met betrekking tot de strekking van art. 5 Achterstellingsovereenkomst (rov. 2.12 van het tussenvonnis en rov. 2.7 van het eindvonnis). Daarin heeft het Hof (onder meer) geoordeeld dat de voornaamste strekking van art. 5 Achterstellingsovereenkomst is tegen te gaan dat [verzoeker] zonder toestemming van Korpodeko bewerkstelligt dat hij, in strijd met de strekking van de overeenkomst als geheel, zijn vorderingen via een constructie toch op enigerlei wijze geheel of gedeeltelijk voldaan krijgt, voordat Korpodeko haar vordering voldaan krijgt. Subonderdeel I.B betoogt dat niet valt in te zien dat het louter bedingen van de papieren toezeggingen van art. 7.1 en 7.2 SPA een ongeoorloofde ontduikingsconstructie omvat in de zin van art. 5 Achterstellingsovereenkomst en tegelijkertijd ook een “betaling” zou zijn op een achtergestelde vordering in de zin van art. 4 Achterstellingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 75549 tot 76615.