Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Ten slotte betoogt [verzoeker] dat onvoldoende is gemotiveerd waarom [verzoeker] redelijkerwijs uit de tekst van art. 4 Achterstellingsovereenkomst had moeten begrijpen dat hij die bepaling zou schenden en daarom de boete verschuldigd zou raken, indien hij zich in het belang van Renovema en High Seas zou inspannen om betaling van hun vorderingen op DAE respectievelijk BBPM te bevorderen, nu die vorderingen in elk geval niet onmiskenbaar onder de overigens duidelijke bewoordingen of strekking van de Achterstellingsovereenkomst vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 76991 tot 77544.