Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.

Dat geldt met name voor het betoog (in nr. 3.6) dat [verzoeker] zich in het belang van Renovema en High Seas heeft ingespannen om betalingen van hun vorderingen op DAE respectievelijk BBPM te bevorderen. Op deze stelling bouwt voort de vraag of het bedingen van verbintenissen als in art. 7.1 en 7.2 SPA wel kan worden aangemerkt als het “accepteren” van “betalingen” in de zin van art. 4 Achterstellingsovereenkomst. Daarmee hangt ook samen de vraag of de “betalingen” in de zin van art. 4 Achterstellingsovereenkomst deel uitmaken van een manier om de vorderingen van [verzoeker] via een constructie geheel of gedeeltelijk voldaan te krijgen, als gevolg waarvan strijd ontstaat met art. 5 Achterstellingsovereenkomst. Nu het Hof, zoals hiervoor bij onderdeel I.A is uiteengezet, niet of onvoldoende op de stelling is ingegaan dat [verzoeker] (uitsluitend) optrad in het belang van Renovema en High Seas, en de klachten op dit punt daarom slagen, moet rov. 2.3 worden aangemerkt als een daarop voortbouwende overweging die daarmee ook niet in stand kan blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 77820 tot 78908.