Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 3.33 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.
[verzoeker] betoogt (verzoekschrift tot cassatie, nr. 6.2-6.3) dat het Hof bij dit betoog had dienen mee te nemen het beroep dat [verzoeker] op art. 15.7 SPA heeft gedaan. In art. 15.7 SPA is geregeld dat de SPA geen derdenbedingen bevat en dat derden geen beroep kunnen doen op de bepalingen uit de SPA. [verzoeker] heeft de kwijtschelding van zijn achtergestelde vorderingen op DAE uit art. 14.3 SPA slechts jegens AAH en [betrokkene] gedaan. DAE kan daaraan dus, op grond van art. 15.7 SPA, geen enkel recht ontlenen. Daarom is hier van een kwijtschelding tussen de schuldeiser en de schuldenaar geen sprake. Een louter obligatoire afspraak tussen [verzoeker] en AAH/[betrokkene] om zijn vorderingen op DAE nooit meer te zullen innen, levert dus zelfs ‘naar de letter’ geen strijd op met art. 5 Achterstellingsovereenkomst. Het betoog is ook niet tardief gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 81183 tot 82066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d | shasum -a 256