Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:56.
De hier voorgedragen klachten moeten falen. Het oordeel van het Hof in rov. 2.11 van het tussenvonnis en rov. 2.6 van het eindvonnis is een weergave van hetgeen door beide partijen, ook [verzoeker], is gesteld, namelijk dat het kwijtschelden van een vordering leidt tot het tenietgaan ervan en tot het verdwijnen ervan uit het vermogen van de crediteur. [verzoeker] heeft naderhand, in zijn antwoordmemorie na tussenvonnis, nr. 3.2 e.v., betoogd dat de constatering dat door de kwijtschelding art. 5 Achterstellingsovereenkomst ‘naar de letter’ is geschonden, niet houdbaar is. Dat betoog past niet bij het eerdere consequent volgehouden betoog van [verzoeker] dat de kwijtschelding wel in strijd komt met de taalkundige betekenis van art. 5 Achterstellingsovereenkomst. Op grond hiervan meen ik dat het Hof tot het oordeel kon komen dat het in de antwoordmemorie na tussenvonnis gedane beroep op art. 15.7 SPA in dit stadium van het geding in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De klachten uit het verzoekschrift tot cassatie, nrs. 6.2-6.3 dienen daarom te falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d, en de alinea staat in dat document op bytes 82944 tot 84103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/196bb36df7bed8e588c236a51dee9c9dd2eef15b036d52afd7fad428f0ce990d | shasum -a 256