Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 3 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.

28. Met het oog op de pleegdatum van het misdrijf in de onderhavige zaak (10 juli 2011), en het toepasselijke overgangsrecht, keer ik weer terug naar de wetswijziging van 1 juli 2011 ( Stb . 2010, 818) en die van 1 april 2012 ( Stb . 2012, 155). De PIJ-maatregel geldt voor een termijn van drie jaar, welke termijn overigens een aanvang neemt op de datum dat het desbetreffende vonnis onherroepelijk is geworden; niet bepalend is het aanvangsmoment van de feitelijke tenuitvoerlegging. Na twee jaar wordt de maatregel hetzij verlengd op de wijze als bedoeld in art. 77t, voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat, hetzij voorwaardelijk beëindigd. De termijn van de maatregel loopt niet wanneer de maatregel voorwaardelijk is geëindigd. Aanvankelijk hield art. 77s, zevende lid onder c oud Sr in dat de termijn van de maatregel niet liep wanneer de maatregel voorwaardelijk was geëindigd en de jeugdige veroordeelde buiten de plaats verbleef die voor de tenuitvoerlegging was aangewezen. De laatste zinsnede is vervallen met de inwerkingtreding op 1 juli 2012 van de hierboven aangehaalde Reparatiewet van 5 april 2012 ( Stb . 2012, 155). De vraag is nu allereerst hoe de bepaling van art. 77s, zevende lid onder c oud , thans achtste lid onder c, Sr moet worden uitgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 66377 tot 67966.