Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 3 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.

Bij voorbereiding van het wetsvoorstel zijn, zoals gezegd, verschillende varianten in overweging genomen waarmee in een verplichte kader voor begeleiding na de tenuitvoerlegging van de maatregel in de jeugdinrichting kan worden vormgegeven. De voorgestelde regeling is zoals de Raad voor de rechtspraak terecht constateert geënt op de regeling van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van de ter beschikking gestelde. In het voorstel wordt bepaald dat het einde van de Pij-maatregel van rechtswege een voorwaardelijk einde is. Daarbij is aansluiting gezocht bij de reeds bestaande ministeriële bevoegdheid om de maatregel, al dan niet voorwaardelijk, te doen eindigen, zoals voorzien in artikel 77s, achtste lid, Sr. Met het voorstel wordt deze regeling van voorwaardelijke beëindiging aangepast en verruimd. Als gevolg daarvan kan de rechter na een periode van begeleiding het voorwaardelijke einde omzetten in een onvoorwaardelijk (definitief) einde. Hij kan er echter ook voor kiezen de nazorg voort te laten duren door de periode waarin het einde een voorwaardelijk einde is, te verlengen. Zo kan gedurende een maximale periode van twee jaren toezicht op de jeugdige worden uitgeoefend. In deze periode worden voorwaarden gesteld. Indien de jeugdige zich niet aan deze voorwaarden houdt, behoort een terugplaatsing met een maximale duur van een jaar tot de mogelijkheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 68904 tot 70308.