Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 7 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.

46. De jeugdreclassering is verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering van het programma. Zij begeleidt de betrokkene en houdt toezicht op het dagelijkse verloop (art. 10, tweede lid, Rjj). De inzet van de jeugdreclassering bij de voorwaardelijke beëindiging, is sinds de wetswijziging van 1 juli 2011 verplicht. Het openbaar ministerie is belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden waaronder de PIJ-maatregel voorwaardelijk eindigt (art. 77ta Sr). Die voorwaarden moeten wel concreet zijn ingevuld om effectief toezicht te kunnen uitoefenen. De betrokken instanties zoals de jeugdzorg en de jeugdreclassering lichten het openbaar ministerie in over de wijze waarop de betrokkene zich aan de gestelde voorwaarden houdt. Zolang de jeugdige veroordeelde aan de voorwaarden voldoet, is gelet op het bepaalde in art. 77ta, derde lid, Sr een rechterlijke tussenkomst voor onvoorwaardelijke beëindiging niet noodzakelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 105417 tot 106431.