Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016
Onder 7 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.
47. In de praktijk is gebleken dat de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel onvoldoende is uitgewerkt in de veelheid van regelingen. Zo kan de rechter pas over de voorwaarden beslissen indien het onvoorwaardelijke deel van de PIJ-maatregel beëindigd is (dus eerst bij aanvang van de voorwaardelijke beëindiging). Omdat dit in de rechtspraktijk als onwenselijk wordt ervaren, zijn er noodoplossingen bedacht waarvan ik er twee noem. Het komt voor dat het openbaar ministerie de verlenging voor een korte periode vordert, deze vordering ter terechtzitting wijzigt in een vordering tot afwijzing van de vordering tot verlenging en daarnaast het stellen van bijzondere voorwaarden vordert. Er zijn ook uitspraken waarin de rechtbank afwijkt van het bepaalde van art. 77tb, derde lid, Sr – luidend dat “tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel” bijzondere voorwaarden kunnen worden gesteld – en het mogelijk acht om vóórdat de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel aanvangt alvast bijzondere voorwaarden te stellen, die vervolgens van kracht worden vanaf het moment van aanvang van de voorwaardelijke beëindiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 106488 tot 107889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584 | shasum -a 256