Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 7 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.

De regeling van de voorwaardelijke beëindiging van rechtswege van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen kan - anders dan een voorwaardelijke beëindiging door de rechter, zoals bij de terbeschikkingstelling - tot gevolg hebben dat de voorwaardelijke beëindiging met terugwerkende kracht ingaat. Dit kan zich met name voordoen als de rechtbank de vordering tot verlenging afwijst, terwijl deze beslissing na de einddatum van het - al dan niet eerder verlengde - onvoorwaardelijke deel wordt gegeven, en als dit hof in beroep de vordering tot verlenging alsnog afwijst of voor een kortere duur toewijst dan de rechtbank heeft gedaan. Het is daarom gewenst dat de inrichtingen en de reclassering hiermee bij hun advisering rekening houden en daarop in daarvoor in aanmerking komende gevallen anticiperen door een alternatief scenario te schetsen. Het is tevens gewenst dat het openbaar ministerie hierop anticipeert door in een vroegtijdig stadium hierover in contact te treden met de inrichting en de reclassering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 115174 tot 116223.