Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.

9. De reden voor mijn vordering is hierin gelegen dat een verduidelijkend antwoord op deze vragen van belang is voor de (proces)partijen en de instellingen, waaronder uiteraard het openbaar ministerie als vervolgende en toezichthoudende instantie, die met betrekking tot de PIJ-maatregel in de praktijk te maken hebben met de oplegging, de verlenging, de voorwaardelijke beëindiging, de tenuitvoerlegging, het vaststellen van algemene en bijzondere voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan. Meer bepaald is van belang dat de PIJ-maatregel tijdig dient te worden verlengd en dat de desbetreffende systemen bij het openbaar ministerie er thans op zijn ingesteld dat de PIJ-maatregel niet loopt gedurende de voorwaardelijke beëindiging. Blijkens door mij ingewonnen inlichtingen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, ging het op 2 november 2015 om ongeveer 183 zaken met een lopende PIJ-maatregel die na 1 juli 2011 zijn opgelegd. Ten aanzien van deze zaken kan de uitspraak van de penitentiaire kamer (op enig moment) consequenties hebben voor het tijdstip waarop de verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel dient te worden gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 15922 tot 17090.