Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016
Onder 3 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:560.
Bij de inwerkingtreding van de Wet van 27 november 2013 tot invoering van het adolescentenstrafrecht op 1 april 2014 ( Stb . 485) is het eerste lid onder a gewijzigd en is een vierde materiële voorwaarde ingevoegd, waardoor de PIJ-maatregel niet alleen als een ultimum remedium is te beschouwen maar onmiskenbaar ook trekken gemeen heeft gekregen met de TBS voor volwassenen. Het moet thans namelijk gaan om een verdachte bij wie ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Naast de vier materiële voorwaarden, geldt bovendien als formeel vereiste dat de rechter zich een multidisciplinair advies van gedragsdeskundigen, waaronder een psychiater, doet overleggen (art. 77s, tweede lid, Sr).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584, en de alinea staat in dat document op bytes 23077 tot 23964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e609bbbfd525c10a417cce4fb418bf8e9939a9082429da08d161025d9c5b584 | shasum -a 256