Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 3.17 ’ Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:563.

“Evenals in de zaak PPG betreft het in het onderhavige geval kosten die hun oorzaak uitsluitend vinden in de - btw-belaste - activiteiten van een onderneming/werkgever (in dit geval: [I] c.s). Immers, [I] c.s. heeft en had werknemers in dienst die worden ingezet ten behoeve van de btw-belaste activiteiten van [I] c.s. Het is ook [I] c.s. die aan die werknemers pensioentoezeggingen heeft gedaan, waarvan de uitvoering was neergelegd bij [X]. Vervolgens is op initiatief van [I] c.s. de collectieve waardeoverdracht geïnitieerd en zijn kosten gemaakt (…) om de collectieve waardeoverdracht van [X] naar [J] uiteindelijk te realiseren. Omdat de PW voorschrijft dat een werkgever pensioenvermogen/-toezeggingen juridisch dient af te zonderen, komen de (…) transitiekosten via [X] bij [I] c.s. terecht. Uit het oordeel van het HvJ EU in PPG blijkt dat dát niet in de weg mag staan aan een volledig neutrale btw-behandeling van die kosten, zodat per saldo geen niet-aftrekbare btw drukt. Anders gezegd, het mag voor de btw niet uitmaken of de transitiekosten rechtstreeks dan wel via [X] bij [I] c.s. terecht komen. Zie met name onderdeel 27 van het arrest van het HvJ EU:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c, en de alinea staat in dat document op bytes 71223 tot 72413.