Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:563.
Het HvJ EU oordeelde aldus reeds in de r.o. 26 en 27, dus ruim vóór r.o. 30, en zonder toepassing van een rechtsvermoeden of bewijsregel, dat geen rechtstreeks verband bestond tussen het voorschot en enige zelfstandige en individualiseerbare dienst. Bij de vraag of het bij het behouden van het voorschot door de hotelier bij no show gaat om een onbelaste schadevergoeding wegens niet -presteren, vroeg het HvJ EU zich vervolgens af wat de civielrechtelijke functie van het voorschot was. Eén van die civielrechtelijke functies was een bewijsfunctie tussen hotelier en klant. Het komt mij voor dat dit arrest daarmee niets zegt over de vraag of uw fiscaalrechtelijke rechtsvermoeden strookt met EU-recht. Hotelgasten hoeven ook geenszins ondernemers te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c, en de alinea staat in dat document op bytes 103536 tot 104485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c | shasum -a 256