Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:563.

“Het belang van de voorliggende beslissing is voornamelijk gelegen in de bewijsregel zoals die in r.o. 3.2.2 is geformuleerd. Die regel richt zich weliswaar op de positie van de ondernemer die een betaling verricht, maar lijkt ook, gelet op de formulering ervan, in meer algemene zin te kunnen worden opgevat. De regel komt er dan op neer dat als uitgangspunt heeft te gelden dat een ondernemer in termen van de omzetbelasting een prestatie tegen vergoeding verricht, als die ondernemer van een andere ondernemer een betaling ontvangt. Dat houdt dus in dat het in zo'n situatie op de weg van de desbetreffende belanghebbende ligt om het tegendeel aan te tonen. Hij is het dus die in voorkomend geval tegenover de inspecteur aannemelijk heeft te maken dat geen sprake is van verbruik, dat geen rechtstreeks verband bestaat tussen de prestatie en de betaling en/of dat sprake is van een verdeling van voor gemeenschappelijke rekening gemaakte kosten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c, en de alinea staat in dat document op bytes 108734 tot 109701.