Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 1.11 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:563.

Mijns inziens kan ’s Hofs uitgangspunt dat doorbelasting van kosten in beginsel een economische activiteit is die aan omzetbelasting is onderworpen - dus in beginsel een belaste prestatie oplevert – niet op de door hem daartoe aangevoerde jurisprudentie gebaseerd worden. Voor de door het Hof toegepaste bewijsregel ex HR BNB 2002/141 (betaling tussen ondernemers impliceert belaste prestatie behoudens tegenbewijs) zie ik geen steun in het EU-recht, maar bij gebrek aan Unierechtelijke procesregels kunnen de lidstaten hun eigen procesrecht toepassen, mits niet ten koste van de effectiviteit en de uniformiteit van het EU-recht. Ik zie op zichzelf geen dergelijk EU-rechtelijk bezwaar tegen dit rechtsvermoeden, maar ik zie wel intern-procesrechtelijke bezwaren tegen toepassing in belanghebbendes geval omdat zij ertoe leidt dat de fiscus moet bewijzen dat in casu een on bepaalde vermoede belaste prestatie, die niet bestaat uit medewerking aan waardeoverdracht, niet bestaat. Ik meen dat een redelijke verdeling van de bewijslast in de weg staat aan een dergelijke probatio diabolica en dat de uniformiteit en de effectiviteit van EU-recht zich niet verzet tegen het voorkomen van onmogelijke bewijsposities.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c65d1624bc45c80e5edf71d0336b987b30878cf8340ece45fd7c23074cf2240c, en de alinea staat in dat document op bytes 20488 tot 21928.