Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016
Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:565.
Uit de voorgaande vaststellingen heeft het Hof kunnen afleiden dat de verdachte wetenschap had van de door de medeverdachte poging tot diefstal en – met enige aarzeling nu het Hof verdachtes verklaring “dat hij zijn vriend niet wilde achterlaten” tot het bewijs heeft gebezigd - eveneens dat verdachtes gedragingen bestonden uit het ‘op de uitkijk staan’ om zich ervan te vergewissen dat de medeverdachte ongestoord en/of ongezien zijn gang kon gaan. Deze omstandigheden zijn gelet op hetgeen hiervoor onder 3.6 is vooropgesteld echter niet zonder meer voldoende om te kunnen aannemen dat de verdachte de bewezenverklaarde poging tot diefstal heeft medegepleegd. Het behoeft nadere motivering waarom een gedraging als ‘op de uitkijk staan’, welke gedraging doorgaans met medeplichtigheid in verband wordt gebracht, als medeplegen (van poging tot diefstal) kan worden aangemerkt. De bewezenverklaring en het oordeel van het Hof dat uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte zijn dus in zoverre ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29a9f64c5ddc2de08ed313fd52a8b799a840c157f495e0a4370df3368ea52bcc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29a9f64c5ddc2de08ed313fd52a8b799a840c157f495e0a4370df3368ea52bcc, en de alinea staat in dat document op bytes 21004 tot 22202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29a9f64c5ddc2de08ed313fd52a8b799a840c157f495e0a4370df3368ea52bcc | shasum -a 256