Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 30 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.

48. Het hof heeft er voor gekozen de in de tenlastelegging voorkomende meldtermijn van veertien dagen niet bewezen te verklaren. Voor de bewezenverklaarde periode tot 1 mei 2006 kan dat anders dan de steller van het middel mogelijk van oordeel is in ieder geval niet leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging. Ik wijs erop dat vooral 1 februari 2006 de cruciale datum is in de bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof zo zijn te lezen dat de wetenschap over het ongebruikelijke karakter van de transactie toen reeds bij verdachte aanwezig was. Verdachte was tot 1 mei 2006 gehouden onverwijld te melden en in zoverre is het bewezenverklaarde feit dus juist gekwalificeerd. Nu de periode van veertien dagen niet door het hof is bewezen, kon het voor het overige wel bewezenverklaarde feit niet worden gekwalificeerd onder art. 9, eerste lid, Wet MOT zoals dat vanaf 1 mei 2006 luidde. Zo bezien kleeft aan de kwalificatiebeslissing geen gebrek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 65441 tot 66415.