Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 56 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.

De bevindingen van de Commissie Van Traa waren voor de beroepsorganisatie van de verdachte aanleiding om maatregelen te nemen, die aan de verdachte kennelijk niet waren besteed. Ondanks deze waarschuwingen heeft hij willens en wetens - tegen een aanzienlijke vergoeding van ruim € 450.000 - zijn derdengeldrekening ter beschikking gesteld aan zijn medeverdachten voor het faciliteren van een geldstroom waarvan hij wist dat deze een criminele oorsprong had. Door zijn tussenkomst is niet alleen de aard en herkomst van deze geldstroom verborgen en verhuld, maar is daarenboven aan deze gelden (door het vertrouwen dat in het algemeen in de maatschappij bestaat in het ambt van notaris) een schijn van legitimiteit verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 74835 tot 75573.