Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 56 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.
62. Bij de beoordeling van beide middelen dient het volgende te worden vooropgesteld. In cassatie kan niet worden onderzocht of de juiste straf is opgelegd en evenmin of de straf beantwoordt aan alle daarvoor in aanmerking komende factoren. De keuze van de factoren die voor de strafoplegging van belang zijn, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, terwijl deze keuze geen motivering behoeft. De “LOVS-oriëntatiepunten” vormen geen recht in de zin van art. 79 Wet RO, reeds omdat deze oriëntatiepunten niet afkomstig zijn van een instantie die de bevoegdheid heeft rechters te binden wat betreft het gebruik dat zij maken van de hun door de wetgever gelaten ruimte. Derhalve kan in cassatie niet met vrucht over een onjuiste toepassing ervan worden geklaagd. Hoewel de feitenrechter niet is gebonden aan de “LOVS-oriëntatiepunten” en de uitleg van de oriëntatiepunten aan hem is voorbehouden, kan in cassatie wel worden getoetst of de uitleg van de oriëntatiepunten en de toepassing ervan door het hof begrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 83949 tot 85334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f | shasum -a 256