Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 56 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.
63. Kennelijk stoelt het twaalfde middel vooral op het zogenaamde ‘verbazingscriterium’ : de door het hof opgelegde straf is tweemaal zo hoog als geëist en tienmaal zo hoog als in eerste aanleg opgelegd. De steller van het middel ziet gelukkig niet over het hoofd dat in eerste aanleg slechts voor twee feiten veroordeling volgde en daarin zit natuurlijk reeds een deel van de verklaring voor de hogere straf. Als desondanks wordt aangenomen dat de strafoplegging gerelateerd aan het vonnis in eerste aanleg opmerkelijk of zelfs uitzonderlijk is, meen ik dat de strafmotivering daarvoor een niet onbegrijpelijke verklaring geeft. Uit die strafmotivering wordt immers glashelder dat het hof een groot gewicht toekent aan de omstandigheid dat de feiten gepleegd zijn door een notaris in functie die na de parlementaire enquête beter had kunnen en moeten weten. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent, was het hof - mede in het licht van de eerdere vooropstelling - niet gehouden om te verantwoorden welk gewicht is toegekend aan een of meer strafmatigende factoren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 85358 tot 86519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f | shasum -a 256