Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 19 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.
[C] heeft echter geen enkele intentie om het pakket te gebruiken als beleggingsobject, al dan niet met uitponden. [C] koopt het pakket en verkoopt hetzelfde pakket binnen enkele minuten door aan [D] BV (een vennootschap van de medeverdachte [medeverdachte 1] ) en maakt daarbij een winst van € 2 miljoen. De verdachte treedt bij beide transacties op als notaris, de verkoop is in de maanden daaraan voorafgaand besproken en voorbereid met de medeverdachte [medeverdachte 1] en zijn belastingadviseur [betrokkene 3] . De verdachte weet dan ook, bij het opmaken van de koopovereenkomst tussen Philips en [C] , dat het in wezen de medeverdachte [medeverdachte 1] is die het pakket van Philips koopt, [C] is er door de medeverdachte [medeverdachte 1] slechts tussengeschoven en ontvangt daarvoor een (forse) premie. De verdachte is in contact gekomen met [C] via de medeverdachte [medeverdachte 1] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 29548 tot 30468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f | shasum -a 256