Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 19 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:568.

28. De kern van de redenering van het hof is dat van meet af aan voor verdachte duidelijk was dat sprake was van een schijnconstructie waarbij [C] er slechts als ‘stroman’ is tussengeschoven. Het ging helemaal niet om belegging of eigen gebruik. [C] speelde in wezen geen rol van enige werkelijke betekenis, maar werd gebruikt door [medeverdachte 1] om de verkoop aan ‘zijn’ [D] BV te vertroebelen. Ik begrijp het hof nader als volgt. Het accent ligt bij het hof niet op een incidentele valsheid in de koopovereenkomst, maar die overeenkomst is in strafrechtelijke zin volledig vals omdat het niet meer dan een schijnconstructie is. Ook als een andere gebruiksbestemming in de overeenkomst was opgenomen, was deze vals geweest. Daarom doet het niet ter zake dat als de gebruiksbestemming belegging is het niet zonder meer zo is dat de koper niet al na enkele minuten mag verkopen. Dat kan legitiem zijn, maar niet als van meet af aan duidelijk is dat het om een schijnconstructie gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd5d36fc6dd9b0f1705e6b3795db8b937264dcc48b9c220746094928361099f, en de alinea staat in dat document op bytes 35728 tot 36799.