Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.

Deze benadering sluit aan bij het in de parlementaire geschiedenis gegeven voorbeeld van vernietiging van een overeenkomst. Van de zijde van Pinoccio (s.t. nrs. 32-33) wordt er terecht op gewezen dat (los van de vraag wanneer de vordering uit onverschuldigde betaling in dat geval ontstaat) hieruit blijkt dat de wetgever niet heeft gewild dat de verjaringstermijn te vroeg gaat lopen ingevallen waarin pas later blijkt dat inderdaad onverschuldigd is gepresteerd (zie ook bij 3.9.6). In de literatuur wordt dit punt niet geproblematiseerd. Koopmann (diss., p. 58) bespreekt in verband met dit voorbeeld ook gevallen als het onderhavige. Ik denk dat het hof in het onderhavige geval bij zijn beoordeling van het verjaringsberoep hierbij heeft willen aansluiten met zijn redenering over het moment van ontstaan van de vordering uit onverschuldigde betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 54567 tot 55436.