Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.
Ten slotte is in een geval as het onderhavige, gezien de bij 3.17 genoemde omstandigheden, geen sprake van rechtsdwaling. Naar mijn mening kan niet worden gezegd dat de ‘betaler’ weliswaar bekend is met de relevante feiten, maar niet met de juridische beoordeling daarvan. Hij heeft immers te maken met een voor hem bindende juridische beoordeling van de feiten en een daarop gebaseerde veroordeling tot betaling totdat deze in appel is vernietigd. Aan de ‘betaler’ die voldoet aan een veroordeling conform een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis waartegen door hem appel is ingesteld, kan naar mijn mening niet worden tegengeworpen dat hij van meet af zelf heeft kunnen beoordelen − en dus: beter dan de rechter in eerste aanleg − of de tegen hem ingestelde vordering terecht is toegewezen. Dat is het verschil met gevallen als Breezand/Veere, waarin de betaler wordt tegengeworpen dat hij zelf kan beoordelen of de betaling een rechtsgrond heeft en dat hij daarvoor niet eerst het oordeel van (lees:) een rechter hoeft af te wachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 56188 tot 57382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830 | shasum -a 256