Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.

De onderdelen 1 en 2 klagen, samengevat, terecht – ook volgens Pinoccio s.t. nrs. 19 en 34 – dat in het bestreden arrest ten onrechte wordt aangenomen dat een opeisbare vordering uit onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) ontstond op het moment dat het hof Arnhem-Leeuwarden in 2014 het vonnis van de kantonrechter van 28 december 2005 vernietigde. Uit HR 19 december 2014 volgt immers dat deze vordering ontstaat op het moment waarop ter uitvoering van die uitspraak is gepresteerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 17555 tot 18159.