Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.
De korte verjaringstermijn van vijf jaren als bedoeld in art. 3:309 BW begint te lopen “na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden”. Art. 3:309 BW noemt ook een lange termijn van 20 jaren nadat de vordering is ontstaan, maar die is thans niet aan de orde. In de toelichting op art. 3:309 (destijds art. 3.11.12a) is opgemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 23814 tot 24338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830 | shasum -a 256