Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.9.4 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.

Bij onverschuldigde betaling zijn echter gevallen denkbaar waarin de (opeisbare) vordering eerst ontstaat na het moment waarop de betaling werd verricht. In die gevallen lijkt ook de korte verjaringstermijn van art. 3:309 BW niet eerder te gaan lopen dat op het moment van ontstaan van de vordering. Dat wil overigens niet zeggen dat zich dan ook de situatie voordoet, dat het moment van bekendheid met de vordering uit onverschuldigde betaling vooraf gaat aan het moment van het ontstaan daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 34501 tot 35011.