Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.15.2 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.

Het instellen van het appel tegen het veroordelend vonnis heeft immers als inzet dat het vonnis wordt vernietigd. De appellant kan voorts in appel (in de appeldagvaarding of de memorie van grieven) vorderen dat de geïntimeerde door het hof wordt veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen uit hoofde van het vonnis door de appellant werd voldaan. Het eerste is geen, het tweede is wel een eis of daad van rechtsvervolging als bedoeld in art. 3:316 lid 1 BW ter zake van de vordering uit onverschuldigde betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 45586 tot 46111.