Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 3.15.4 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:57.

Praktisch gesproken kan in door mij het gesignaleerde probleem goeddeels worden voorzien indien snel wordt aangenomen dat in de procestukken van de appellant, die vernietiging van het vonnis wenst, ligt besloten dat hij zich ondubbelzinnig het recht voorbehoud om datgene terug te vorderen dat hij heeft betaald ter uitvoering van het bestreden vonnis. Dan zou in beginsel elk processtuk van de zijde van de appellant (opgevat als) houdende een mededeling van die strekking, de verjaring kunnen stuiten. Bij een verjaringstermijn van vijf jaren zal dat wel niet tot veel praktische problemen leiden. Deze oplossing veronderstelt wel een soort standaarduitleg van de (strekking van de) processtukken van de appellant in gevallen als het onderhavige. In het onderhavige geval hebben partijen gedebatteerd over de vraag op de appelstukken een mededeling met stuitende werking bevatten (zie de verwijzingen genoemd in de s.t. Pinoccio nr. 45 en de Repliek nrs.5- 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 955b34c25a8e9bda1544f83add5f75b544a1e4a6adf2f4bff53b57e6aeda7830, en de alinea staat in dat document op bytes 49837 tot 50876.