Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 41 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.

Het is voor het hof niet te volgen hoe de verdachte, gelet op zijn eigen verklaringen, kan menen dat er sprake is van een verkregen toestemming en dus dat er wilsovereenstemming heeft bestaan om onbeperkt te mogen bijverdienen op vastgoedprojecten van Bouwfonds. Immers, volgens de verdachte kende de medeverdachte [betrokkene 8] de belangrijkste uitgangspunten voor de overeenstemming niet en heeft hij deze ook niet verteld aan de medeverdachte [betrokkene 8] . Hetzelfde geldt voor de omvang van de bijverdiensten. De inhoud van het memo ondersteunt de visie van de verdachte evenmin. Het memo blinkt daarentegen uit in onduidelijkheid en is voor allerlei interpretaties vatbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 70911 tot 71606.