Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 41 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.
Het beroep dat de verdachte doet op de kennis die bij de medeverdachte [betrokkene 8] aanwezig was wordt ook weersproken door de verklaringen van de verdachte zelf. Immers, daar waar de verdachte enerzijds verklaart dat hij de potjes met de medeverdachte [betrokkene 8] besprak, verklaart hij ook dat hij de bonussen (een onderdeel van de ‘potjes’) nooit besprak met de medeverdachte [betrokkene 8] en daarvoor aan de medeverdachte [betrokkene 8] ook geen toestemming heeft gevraagd (verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 13 mei 2011 (p. 18) en 11 juli 2011 (p. 12)). Het hof vermag niet in te zien, nog daargelaten of wat de verdachte heeft verklaard juist is, hoe de medeverdachte [betrokkene 8] een compleet beeld kon krijgen van wat zich afspeelde omtrent de potjes en de betalingen die daaruit werden gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 83473 tot 84336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891 | shasum -a 256