Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 41 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.
47. Zelfs in de opvatting van de verdediging is het kennelijk evident dat voor het wegsluizen van geld naar je eigen rekening toestemming nodig is. Verdachte handelde niet alleen zonder toestemming, maar ook zonder dat volgens het hof aannemelijk is dat verdachte meende dat hij toestemming had. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte gelet op de omstandigheden en de ongeloofwaardigheid van wat hij naar voren heeft gebracht moet hebben geweten en dus ook wist dat hij op die manier wederrechtelijk handelde. Dat is niet onjuist of onbegrijpelijk. Het hof vond het (anders dan thans in de toelichting op het middel onder 8.12 t/m 8.14) niet nodig de redenering van het voorwaardelijk opzet hier van stal te halen. Het ging ook om meer dan een aanmerkelijke kans. Als het hof oordeelt dat niet geloofwaardig is dat verdachte meende toestemming te hebben, ligt daarin besloten dat verdachte gewoon wist dat er geen toestemming was. Het opzet ligt besloten in het handelen en de omstandigheden waaronder is gehandeld, in het bijzonder de positie van verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 87441 tot 88523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891 | shasum -a 256