Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 49 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.

52. In de eerste alinea van de hierboven geciteerde overwegingen formuleert het hof in het licht van wat door de verdediging is aangevoerd het hier toepasselijke beoordelingskader voor ‘anders dan uit misdrijf onder zich hebben’. Ik merk allereerst op dat het hof reageert op het verweer dat verdachte het geld niet onder zich had. In het verweer in feitelijke aanleg valt niet te lezen (en in cassatie wordt ook niet gesteld dat dat in het verweer is te lezen) dat verdachte heeft gesteld dat het geld afkomstig was uit misdrijf (valsheid in geschrift). Aan de vraag of het geld afkomstig was uit valsheid in geschrift heeft het hof dan ook niet met zoveel woorden afzonderlijke aandacht besteed en dat is niet onbegrijpelijk. Het door het hof geformuleerde beoordelingskader is toegesneden op het verweer dat verdachte het geld niet onder zich had. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat van ‘onder zich hebben’ in de zin van art. 321 Sr sprake is, indien verdachte het geld onder zich heeft uit een rechtsverhouding (waaruit noodzakelijk voortvloeit dat verdachte het geld onder zich had). Dat is juist, maar een rechtsverhouding is niet exclusief. Bij ontbreken van een rechtsverhouding is een bloot feitelijke verhouding niet steeds voldoende, aldus het arrest van de Hoge Raad waarnaar het hof verwijst. Meestal zal het pas voldoende zijn als er iets bijkomt. Van ‘onder zich hebben’ in de zin van art. 321 Sr kan onder meer ook sprake zijn indien het geld dat verdachte onder zich heeft aan hem is toevertrouwd. Voor zover in de toelichting op het middel de eis wordt gesteld dat verdachte ook steeds bevoegd moet zijn te beschikken over het geld wordt daarmee een eis geformuleerd die het recht niet kent. Ook als er geen bevoegdheid is om over het geld te beschikken, kan de feitelijke beschikkingsmacht voldoende zijn: verdachte beschikt over aan hem toevertrouwde gelden en beschaamt zo het in hem gestelde vertrouwen. Het door het hof gehanteerde beoordelingskader getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en op die grond faalt de rechtsklacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 101900 tot 104183.