Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 67 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.
71. Gelet op de bewezenverklaring van feit 7 is niet van betekenis wanneer de valsheid is gepleegd, maar wanneer het doen of laten storten op de derdengeldrekening plaatsvond. Omdat het middel daarover niet klaagt, laat ik dat verder rusten. Ook indien of voor zover het opstellen van valse overeenkomsten, brieven en facturen (de valsheden) heeft plaatsgevonden voor 14 december 2001 bestaat er in de onderhavige zaak strafbaarheid op grond van art. 420 bis Sr. Door de valsheden wordt immers niet alleen de aard en herkomst van het geld verborgen en verhuld, maar ook verborgen en verhuld gehouden. Bij het witwassen gaat het doorgaans om een complex van verschillende handelingen. Kort gezegd in het onderhavige geval om valsheden, verbergen en verhullen, storten op een derdenrekening en verborgen en verhuld houden. De omstandigheid dat het hof uitdrukkelijk en bij herhaling overweegt dat de valsheden ten doel hadden te verbergen en te verhullen, maakt dit niet anders, omdat dit op zich zelf genomen juist is en strafbaarheid wordt geconstitueerd als dat verbergen en verhullen door de valsheden voortduurt na 14 december 2001. Deze redenering is eveneens toepasbaar bij feit 8, als dat al nodig is omdat het in het kader van art. 140 Sr immers niet gaat om het plegen van witwassen, maar om het oogmerk daartoe van de organisatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 117061 tot 118478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891 | shasum -a 256