Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 92 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.
94. Niet valt in te zien dat een door de verdediging gedaan verzoek (dat is de gebruikte term in de conclusie van de aan het proces-verbaal van de zitting van 10 december 2014 gevoegde pleitnotities onder nr. 59) om bij de straftoemeting rekening te houden met door verdachte getroffen regelingen tot betaling van schadevergoeding c.q. gerealiseerde schadebetalingen, moet worden beschouwd als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt waarop het hof had dienen in te gaan. Niet alleen de term ‘verzoek’ is weinig stellig, maar bij de onderbouwing in feitelijke aanleg is verder weinig duidelijkheid verschaft. Zo is in het midden gebleven of het ging om een al dan niet op eigen initiatief tot stand gekomen afspraak over schadevergoeding of een daadwerkelijke betaling van de volledige schade of slechts een deel daarvan. Het woord betalen staat in de pleitnoties immers tussen haakjes en de gebruikte term ‘schikking’ is voor verschillende uitleg vatbaar. Opmerkelijk is dat thans in cassatie het standpunt geschraagd wordt door een argument uit het requisitoir (schriftuur onder 23.13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 131118 tot 132227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891 | shasum -a 256