Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 92 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.

99. De omstandigheden onder 3 en 4 genoemd overtuigen volgens de toelichting op de schriftuur niet, omdat er in de zaak van verdachte slechts vijf getuigen zijn gehoord en omdat gelijktijdige berechting van medeverdachten een keuze is van de justitiële autoriteiten. Ik volsta met op te merken dat het bij de onder 3 genoemde factor niet slechts gaat om het horen van getuigen en dat bij de onder 4 genoemde factor inderdaad sprake is van een keuze door de justitiële autoriteiten, maar dat die keuze bepaald niet een toevallige of willekeurige is. Gelet op de bijzondere omstandigheden is het niet onbegrijpelijk dat het hof het inderdaad aanzienlijke tijdsverloop wel als onwenselijk, maar niet als een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM aanmerkt. Overigens wordt ook in cassatie de omvang van de zaak treffend geïllustreerd door een cassatieschriftuur van 264 pagina’s!

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 134757 tot 135680.