Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 20 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.

21. De verzoeken betreffen het horen van de getuige [getuige 6] (middel 3), [getuige 7] en [betrokkene 11] (middel 4) en [getuige 8] en [getuige 9] (middel 5). Het centrale thema bij de onderbouwing van deze getuigenverhoren is de aannemelijkheid - in mijn nogal algemene bewoordingen - van de beperkte (niet strafbare) rol van verdachte bij de fraude. De werkwijze van verdachte (het potjessysteem) zou namelijk (mogelijk) (algemeen) bekend zijn binnen Bouwfonds, ook (eerder) door de voorzitter van de raad van bestuur van Bouwfonds ( [betrokkene 8] ) zijn toegepast (en zo eigen belang en belang van Bouwfonds hebben verstrengeld) en bovendien zou die voorzitter verdachte toestemming hebben gegeven om (door middel van het systeem) bij te verdienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 29319 tot 30086.