Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.

Voor de beoordeling van deze getuigenverzoeken, zoals gedaan door de verdediging, stelt het hof voorop dat deze dienen te worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakcriterium (art. 415 jo art. 315 jo art. 328 Sv). Dit is niet anders voor de verzochte getuige [getuige 9] , waarvan de verdediging heeft gesteld dat deze zou moeten worden aangemerkt als, naar het hof begrijpt, een verschenen getuige als bedoeld in de zin van art. 287 Sv. Daarvan is geen sprake. De enkele aankondiging (paragraaf 1, Indicatie onderzoekswensen) voldoet daarvoor niet. De getuige is immers niet verschenen ter terechtzitting en ook niet door de gerechtsbode als zodanig aangekondigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 37383 tot 38063.