Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:571.
25. Het derde middel inzake de getuige [getuige 6] , ambtenaar van de afdeling opsporingsinformatie van de FIOD, klaagt over de ontoereikendheid van de motivering. De stellers van de middelen hebben gelijk dat het verzoek om de getuige [getuige 6] te horen niet alleen ziet op de rechtmatigheid van de opsporing, maar ook op de inhoudelijke bewijskwestie inzake de toestemming die verdachte van [betrokkene 8] namens het Bouwfonds zou hebben gekregen om bij te verdienen (de ‘arbeidspositie van verdachte’). Als het hof overweegt dat het ook hier gaat om ‘rechtsmatigheidsgetuigen’ is dat onvolledig. Dat reeds hierom de motivering van de afwijzing ontoereikend is, (schriftuur 3.8) kan ik niet volgen, omdat het er naar mijn oordeel om gaat of de door het hof voor de afwijzing gegeven gronden de toets kunnen doorstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891, en de alinea staat in dat document op bytes 41544 tot 42425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e79d3b245814bb76bf36caa4dc69f8cb6ffb5a95d986491e3920d9413be2891 | shasum -a 256