Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.

Wat betreft het gebruik van de term ‘gedupeerden’, is voor de lezer van het bestreden arrest evenzeer duidelijk dat het hof in de aangevallen overwegingen doelt op personen/aangevers die zichzelf als benadeelde van oplichting hebben gepresenteerd; niet op een eigen oordeel van de Telegraaf of een aan het Openbaar Ministerie toegeschreven bewijsoordeel dat deze personen inderdaad ten gevolge van oplichting door eiser zijn benadeeld. Voor zover het middelonderdeel van een andere lezing uitgaat, mist het mijns inziens feitelijke grondslag. Ter zijde: een soortgelijke discussie wordt wel in het strafrecht gevoerd over de vraag of het gebruik van het woord ‘slachtoffer’ in de fase vóórdat de strafrechter het feit bewezen heeft verklaard toelaatbaar is met het oog op de in art. 6 lid 2 EVRM bedoelde onschuldpresumptie. In de parlementaire behandeling van het voorlaatste wetsvoorstel op het gebied van slachtofferrechten is hiermee korte metten gemaakt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 23812 tot 24859.