Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.11. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.
Samengevat: het hof is van oordeel dat voor de bewering dat eiser werd ‘verdacht’ van oplichting, zoals het woord ‘verdacht’ wordt opgevat in het gewone spraakgebruik, voldoende feitelijke grondslag aanwezig was. Er is geen rechtsregel die eraan in de weg staat dat het hof de betekenis van het woord volgens algemeen spraakgebruik tot uitgangspunt neemt bij de beoordeling of, en zo ja, in welke mate voor deze bewering voldoende feitelijke grondslag aanwezig was: het hof mocht van belang achten hoe de gemiddelde lezer van de Telegraaf dit woord zal opvatten. Ook uit het arrest van de Hoge Raad van 11 mei 2012, hiervoor aangehaald, volgt niet anders dan dat het aan de feitenrechter is, te bepalen of de uiting een kwalificatie van strafbaar gedrag betreft of niet. De slotsom is dat de onderdelen I.1 en I.2 falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 24940 tot 25781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9 | shasum -a 256