Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:58.

De onderdelen II.1 - II.3 zijn gericht tegen rov. 3.11 en bevatten klachten over (onbegrijpelijkheid van) het oordeel van het hof omtrent de andere factoren in het arrest van 24 juni 1983: de factoren onder a, b, d, e en f; zie alinea 2.3 hiervoor. Daar waar deze klachten voortbouwen op hetgeen in onderdeel I is aangevoerd over rov. 3.10, falen zij om dezelfde reden als onderdeel I. Onderdeel II.1 betreft de factor onder a en behoeft na het voorgaande geen afzonderlijke bespreking meer. Onderdeel II.2 betreft de factor onder d (inkleding van de verdenking). Anders dan het middelonderdeel veronderstelt, behoefde het oordeel van het hof dat ook de wijze waarop de feiten in de Telegraaf onder de aandacht werden gebracht (de ‘kop’, de plaatsing op de voorpagina etc.) niet bijdraagt tot het door eiser gewenste oordeel dat de publicaties onrechtmatig jegens hem waren, geen nadere motivering om begrijpelijk te zijn. Hetzelfde geldt voor subonderdeel II.3, waarin de factoren onder e en f worden besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad44d0bc6dec0012b753a283be61640f8fef6a8481cbdb48b793e0c5b1c6a9f9, en de alinea staat in dat document op bytes 27738 tot 28806.